Aan de stengels, bladoksels en de bladeren zijn slijmachtige schuimhoopjes zichtbaar. In deze hoopjes bevindt zich de gele larve van het schuimbeestje,
die -door het inblazen van lucht- in de door haar geproduceerde eiwithoudende (niet-gebonden) mesthoopjes het zogenaamde koekoeksspeeksel produceert. Deze 'schuimwoningen' treden voornamelijk in het voorjaar en in het begin van de zomer op. Deze zorgen voor bescherming tegen sommige parasieten en tegen uitdroging van de larven. Het volwassen schuimbeestje is een springende cicade.
Schuimbeestjes zuigen aan de kruidachtige plantendelen, zodat deze misvormen (vergroeien) en in hun groei belemmerd worden.
|