Witte melige luizen met wollige wasafscheiding bevinden zich aan de onderzijde van het blad en op de scheuttoppen. Deze soort overwintert als ei. Aan de bladbovenzijde ontstaan geelbruine vlekken door zuigschade. Het aangetaste blad krult om. Hele twijgen kunnen afsterven.
De beukenbladluis produceert veel honingdauw. Hierop kan zich de roetdauwschimmel ontwikkelen. Deze schimmel kan de groei remmen. Door de witte waslaag is het moeilijk het insect goed met insecticiden te raken. Het is daarom aan te raden systemische insecticiden te gebruiken.
De beukenbladluis komt alleen op de beuk voor: geen waardplantwisseling.
|